Leerpunten uit 3 jaar nieuwbouwlabels

Inmiddels zijn we 3 jaar gecertificeerd als bedrijf voor het opstellen van energielabels volgens de detailmethodiek (BRL9500-06). Een héél ander proces dan de ‘reguliere’ energielabels. Zijn we bij de laatste categorie vooral bezig met het inmeten en bekijken van het hele gebouw, bij een zogenoemd nieuwbouwlabel of EPNU (Energieprestatie Nieuwbouw Utiliteit) controleren we in de eerste plaats de berekening van het gebouw. Op sommige punten ook nog eens ‘slechts’ steekproefsgewijs.

Al werkend volgens deze beoordelingsrichtlijn doen we ervaring op met de NEN7120-methodiek en zien we de effecten van verschillende maatregelen op de EPC. Maar ook leren we hoe we met onze opdrachtgevers moeten communiceren qua informatievoorziening én hoe we naast nieuwbouw ook prima bestaande winkelpanden vanaf ca. 2002 vaak prima kunnen voorzien van een energielabel nieuwbouw.

Terugkijkend hebben we veel geleerd, soms helaas door ‘schade en schande’. Dan kom je er te laat achter dat het sneller en/of beter had gekund. Hieronder 5 leerpunten van de afgelopen 3 jaar:

  1. Onderschat communicatie nooit.

Vertel je opdrachtgever duidelijk hoe dit energielabel in elkaar zit en hoe belangrijk zijn rol, als informatieleverancier is. Zowel voor de doorlooptijd als voor de uitkomst. Veel meer dan bij een regulier energielabel ben je afhankelijk van zijn of haar informatievoorziening. Gaat daar veel tijd overheen of komt dit helemaal niet, dan kan een traject eindeloos lang duren. Niemand zit daarop te wachten.

  1. Maak tijd voor controle van ontvangen informatie.

Maak bewust tijd voor het controleren van alle beschikbare informatie. Idealiter ontvang je alles wat je nodig hebt per omgaande mail, maar de praktijk is anders: Informatie komt vaak ‘in plukken’ binnen. Dat betekent dat de adviseur steeds opnieuw paraat moet hebben of hij ‘zo alles heeft’ en ‘of hij het snel laat weten als er nog iets mist’. Bij een grotere organisatie is het aan te bevelen iemand de taak te geven de benodigde informatie te achterhalen, zodat dit proces niet hoeft te vertragen.

  1. Doe ervaring op en borg deze in je organisatie.

Door ervaring leer je welke informatie belangrijk is en welke minder belangrijk. Hoeveel moeite moet een opdrachtgever doen om een IR-scan te laten maken van zijn pand? Levert dat een beter energielabel op? Door de effecten hiervan op verschillende berekeningen bij te houden, ben je als adviseur in staat je opdrachtgever snel duidelijk te maken dat hij het inregelrapport van de verwarming toch écht moet achterhalen, terwijl hij de leverbon van de vloer achterwege kan laten.

  1. Belofte maakt schuld.

Doe geen beloftes over de uitkomsten. In de EPG-berekening staat vaak het berekende energielabel. Onze taak is juist dit in de praktijk te controleren. Berekening (vooraf) en controle (achteraf) liggen soms ver uit elkaar. Ook is er veel verschil in kwaliteit van EPG-berekeningen, hoewel je er vrijwel nooit aan ontkomt de berekening aan te passen, omdat één of meerdere punten niet voldoen.

  1. Nieuwbouwlabel als USP voor bestaande winkels.

Pas deze methodiek ook toe op bestaande winkelpanden van na 2010. Formeel moet eerst worden aangetoond dat een dergelijk pand een A-label heeft, waarna overgestapt mag worden op de detailmethodiek. Het is zeker de moeite dit te doen, want iedere ervaren EPBU-adviseur weet dat winkelpanden, vanwege de lagere EPC-eisen, vaak gemakkelijk een A-label behalen: Dan is bij nieuwbouwlabels voor nieuwere panden (lees: gebouwd na 2010) een A++ label helemaal niet vreemd.

Zo hebben we geleerd hiervan. En dat blijven we hopelijk doen. Om over 3 jaar weer nieuwe leerpunten te kunnen melden.  

Julian van der Veer, senior adviseur